De geschiedenis van cacao

Cacao is al heel lang een onderdeel van ons menselijk bestaan. Op een bepaald punt was cacao zo waardevol, dat het werd gebruikt als betaalmiddel. De geschiedenis van cacao is daarom veelzijdig en bijzonder!

2000 v. Chr.: Pre-Olmaken

Recentelijk hebben onderzoekers ontdekt dat de Pre-Olmaken (de eerste grote samenleving in Guatemala en Mexico) cacao gebruikten. Zo werd het in combinatie met mais, vanille en chilli pepers gebruikt. Een erg pittig drankje dus… In contract met het zoetige drankje dat wij ervan maken.

1200 na Chr.: Voedsel van de Goden

De Latijnse naam voor cacao is ‘Theobroma’ wat letterlijk betekent ‘voedsel van de goden’. Voor vele Zuid-Amerikaanse culturen was cacao erg waardevol. De Azteken gebruikten de cacaobonen als een stimulans, naast de cacaoboon, voegden zij andere ingrediënten toe om de smaak te verbeteren. De Maya’s gebruikten cacao om een drankje te maken, ter gelegenheid van een verloving of trouwerij.

1500 na Chr.: Azteken

In 1519 kwamen de Europeanen voor het eerst in contact met de Azteken en zo ook met cacao. De Conquistadores brachten de cacao naar koning Philip de tweede van Spanje, dit bevalt hem zo goed, dat chocolade al snel iets exclusief van de Europese adel werd. Spaanse monniken verrijken de cacao met honing, vanille en later ook suiker. Dit zou de basis vormen voor de zoete chocoladedrank zoals wij die nu kennen, daarvoor was de chocoladedrank pittig.

cocoa aztecs

1600 na Chri.: Groei populariteit

Chocolade wint aan populariteit onder de Italiaanse, Franse, Duitse, Zwitserse en Nederlandse edelmannen. Chocolade werd beschikbaar in Londense koffie- en chocoladehuizen en de Franse chocolatiers beginnen bonbons te maken.

1700 N. Chri.: voedsel van de goden

Linnaeus (vader van de hedendaagse taxonomische planten classificatie) geeft de cacaoboom zijn eerste officiële botanische naam: Theobroma cocoa. De naam staat ​​voor ‘voedsel van de goden’. In 1700 N. Chri. heeft Spanje een monopolie positie in de cacaohandel, Italië, Nederland en Portugal starten hun eigen plantages in Venezuela, chocolade wordt geïmporteerd naar de Verenigde Staten in 1765 en Doret bouwt de eerste automatische machine die cacaobonen maalt.

1800 N. Chri.: cacao wordt in Afrika geïntroduceerd

In 1828 verzint de Nederlander Coenraad van Houten een revolutionaire cacaopers. Het apparaat maakt het mogelijk om de vloeibare en vaste delen van de cacaoboon te scheiden. Het ontvette poeder dat resulteert is makkelijker te mengen met vloeibare stoffen. De wereldwijde vraag naar chocolade groeide, terwijl de politieke instabiliteit ook groeide in Latijns-Amerika. Om deze redenen gingen mensen in andere landen cacao verbouwen, zoals in Brazilië, Ecuador en een aantal landen in Afrika. Het zou enige tijd duren voordat de cacao succesvol in Afrika zou worden. In 1840 werden de eerste chocoladerepen geproduceerd. In 1847 creëert Joseph Fry een kneedbare pasta van cacaopoeder, suiker en cacaoboter. In 1865 werd voor het eerst chocolade gemengd met hazelnootpasta. In 1867 bedenkt Henri Nestlé cacaopoeder. In 1870 introduceerde Tetteh Quarshie de cacaoboon (de Amelonado) in Ghana. Vandaag de dag is cacao in Ghana een van de belangrijkste exportproducten. In 1847 creëert Joseph Fry een kneedbare pasta van cacaopoeder, suiker en cacaoboter.
In veel Europese landen werd chocolade beschermd door de wet tot aan het eind van de 19e eeuw, omdat er veel fraude plaatsvond: veel fabrikanten produceerde goedkope chocolade door het cacao te vervangen met cacaoschelpen en cacaoboter door andere vetten. In 1894 bepaalde de Belgische regering dat de minimale hoeveelheid cacao die in chocolade moet zitten 35% is. De nieuwe regels zorgde ervoor dat de kwaliteit van chocolade verbeterd.

1900 N. Chri.: moderne trends en chocolade

In 1913 bedenkt Jules Sechaud machines voor het vullen van chocolade. In 1984 lanceert Venezuela’s chocolatier El Rey getemperd chocolade met een hoog gehalte aan cacaoboter en de trend van de ambachtelijke pralines neemt af.